Naar de achterhoede
In het boek mijmert Erna over schrijvers die vergeten worden zodra ze zijn gestorven of eerder, zodra ze uit de Top 60 zijn verdwenen. Een citaat: ‘De literatuur is een optocht. Eerst loop je in de voorhoede maar allengs raak je achterop omdat er steeds jonge schrijvers naar voren dringen met nieuwe onderwerpen en nieuwe vormen. Jij blijft aan de gang met je verouderde gereedschap.’ Valt het idee in een achterhoede terecht te zijn gekomen ook onder haar eigen ervaring? “O ja, ik ben inmiddels de 80 gepasseerd dus ik heb dat allemaal meegemaakt. Tijdens de hoogtijdagen van mijn schrijverschap was ik overal bij betrokken. Ik heb in ontzettend veel besturen gezeten - van het Literatuurmuseum tot het Letterenfonds - en maakte deel uit van diverse jury’s, maar na m’n 70ste moest ik opstappen. Ik mis vooral de inhoudelijke kant van het werk; het als bestuur dingen voor de werknemers proberen op te lossen die niet helemaal lekker lopen. Het heeft natuurlijk ook z’n voordelen om als oudere plaats te moeten maken. Meer vrijheid, minder verplichtingen, en je kunt met iets meer afstand naar de wereld kijken.”




