Bij Arnold thuis brandt de hout kachel (“dat mag gelukkig nog in Kampen”). Vlak voordat corona uitbrak betrok hij dit huis met zijn vrouw en vier kinderen. Een gouden greep, zo bleek tijdens de lockdowns: grenzend aan de woonkamer, door een schuifdeur gescheiden, is een flinke werkkamer, gevuld met Bijbel-commentaren, de computer waar op Huijgen zijn boeken schrijft en een trimfiets.
Dus dit is de uitvalbasis van de Theoloog der Nederlanden. Hoe zit dat eigenlijk met die functie? Wat is de toegevoegde waarde van een nationale theoloog voor een land waarin ongeveer de helft van de mensen niet in God gelooft? “In één woord: diepgang. Theologie denkt voorbij het simpele consumeren en stelt de grotere thema’s aan de orde. Gezien alle huidige gevaren, zoals de klimaatverandering en oorlogsdreiging, worden we met z’n allen teruggeworpen op de vraag wat er nu echt toe doet. Zulke kwesties hebben we een tijdlang van ons af kunnen houden doordat de bomen tot aan de hemel groeiden. Mensen van elke generatie werden weer rijker dan die van de vorige. Dat is nu voorbij: de volgende generatie gaat het minder goed hebben dan dat ik het heb. Die ontwikkeling gaat grote vragen opleveren. Bij generatie Z zie je dat al gebeuren: er is meer ruimte voor het existentiële gesprek.” Bent u van jongs af aan gelovig geweest?





