"Voor mij gaat Pasen over vernieuwing en hoop"

anbo-pcob-zingeving-arnold-01-4800-3200
Hero background icon

De helft van Nederland gelooft niet in God. En toch vieren we massaal Pasen. Eieren, brunches, vrije dagen… maar waar is de inhoud? Is Pasen nog meer dan alleen een traditie uit een religieus verleden? Dat onderzoekt theoloog en schrijver Alain Verheij met professor dr. Arnold Huijgen, Theoloog der Nederlanden.

Waar OuderenWijzer allemaal niet goed voor is: Arnold Huijgen en ik kennen elkaar al zeker tien jaar via het internet, maar hebben elkaar nog nooit in het echt gezien. Daar komt dankzij dit magazine vandaag verandering in. We ontmoeten elkaar in Arnolds huis in Kampen voor een gesprek over Pasen en geloof en hoop in onzekere tijden. Theoloog der Nederlanden Arnold Huijgen (47) is christelijk gerefor meerd gemeentepredikant geweest en werkt tegenwoordig als hoogleraar dogmatiek. Toch is hij zeker geen studeerkamergeleerde: hij is op tv te zien, op de radio en in podcasts te horen en in kranten te lezen. Ook schreef hij boeken die voor een breed publiek toegankelijk zijn. Arnold Huijgen waagt zich daarbij aan thema’s die anderen uit de weg zouden gaan. Als gereformeerd theoloog een boek schrijven over Maria is best gedurfd, en later dit jaar komt er zelfs een boek over de hel. Wat drijft deze ogenschijnlijk onver moeibare theoloog en hoe beleeft hij de paasperiode dit jaar?

Staande afbeelding Arnold

Bij Arnold thuis brandt de hout kachel (“dat mag gelukkig nog in Kampen”). Vlak voordat corona uitbrak betrok hij dit huis met zijn vrouw en vier kinderen. Een gouden greep, zo bleek tijdens de lockdowns: grenzend aan de woonkamer, door een schuifdeur gescheiden, is een flinke werkkamer, gevuld met Bijbel-commentaren, de computer waar op Huijgen zijn boeken schrijft en een trimfiets.

Dus dit is de uitvalbasis van de Theoloog der Nederlanden. Hoe zit dat eigenlijk met die functie? Wat is de toegevoegde waarde van een nationale theoloog voor een land waarin ongeveer de helft van de mensen niet in God gelooft? “In één woord: diepgang. Theologie denkt voorbij het simpele consumeren en stelt de grotere thema’s aan de orde. Gezien alle huidige gevaren, zoals de klimaatverandering en oorlogsdreiging, worden we met z’n allen teruggeworpen op de vraag wat er nu echt toe doet. Zulke kwesties hebben we een tijdlang van ons af kunnen houden doordat de bomen tot aan de hemel groeiden. Mensen van elke generatie werden weer rijker dan die van de vorige. Dat is nu voorbij: de volgende generatie gaat het minder goed hebben dan dat ik het heb. Die ontwikkeling gaat grote vragen opleveren. Bij generatie Z zie je dat al gebeuren: er is meer ruimte voor het existentiële gesprek.” Bent u van jongs af aan gelovig geweest?

“Als kind was ik altijd met kinderbijbels in de weer, ik vond het ontzettend interessant om me in die verhalen te verdiepen. Ik wilde dominee worden en preekte als 4-jarige tegen mijn buurmeisje: ‘Je moet wel naar de kerk gaan hoor, anders loopt het niet goed met je af!’ Toen kwam de puberteit en wist ik het allemaal even niet meer. Maar toen ik een jaar of 14 was kwam het weer terug, onder andere dankzij een jonge, vriendelijke predikant van wie ik catechisatie had. Hij werd ernstig ziek. Ik was diep onder de indruk van hoe hij daarmee omging. Hoe die man openlijk worstelde met God, als een moderne Job. Hij zei ook eerlijk: ‘Ik ben een heel gelovige man die God tóch niet begrijpt.’ Dat kan dus ook. Sindsdien heb ik altijd wantrouwen gekoesterd tegen mensen die denken dat ze God in hun zak hebben. Alsof ze over Gods schouder hebben meegekeken en precies weten hoe alles zit. Nee, dan begin ik me zeer ongemakkelijk te voelen.”

Arnold foto 2 - ANBO-PCOB

Ik herken dat wel, zo’n moment waarop je je realiseert dat je ook kritisch mag geloven en je niet alles hoeft te begrijpen. “Ik was ook wel echt heel vroom. Ik werkte als jonge tiener bij mijn vader in de autowerkplaats. Ik kom uit een gezin van acht in Bunschoten-Spakenburg en we werden allemaal al vroeg aan het werk gezet. Van mijn eerste inkomsten kocht ik een boek van de Engelse prediker Charles Spurgeon. Ja, kijk hier, ‘Gelijkenissen van de Heiland’. Gekocht in 1993, dus toen was ik 14. Ik heb altijd meer en andere boeken gelezen dan er op de verplichte leeslijst van school en de universiteit stonden. Daar dring ik bij mijn studen ten ook steeds op aan.” Ook ik lees veel. En net als Arnold volgde ik op de middelbare school Grieks en Latijn met het oog op een eventuele latere theologiestudie. Toen ik daarmee in 2007 begon, merkte ik dat ik het best ongemakkelijk vond om daarover te praten. Alsof theologie toch iets was om je een beetje voor te schamen. Dat herkent de Theoloog der Nederlanden wel, want toen hij in de jaren 90 theologie studeerde, vroegen mensen: “O, bestaat dat nog? Is dat niet passé?” Toch constateert hij nu dat er iets begint te kantelen. “Vroeger hing theologie aan de kerk en de kerk gold op een gegeven moment als onderdrukkend. Veel mensen zijn er vandaan bewogen. In die dynamiek ontstond er een zwart beeld van het geloof. Misschien negatiever dan strikt realistisch is - het was heus niet allemaal zoals in de boeken van Maarten ’t Hart. Maar van een collega in Zweden hoorde ik dat theologie daar tegenwoordig steeds populairder wordt. Het geldt er als filosofie-plus: al het mooie van filosofie, maar dan met extra interessante en relevante invalshoeken. Theologie is dan nadenken over God in welke vorm dan ook. Razend interessant toch?

Theologie heeft als vakgebied een gouden toekomst voor zich.” Ik hoor ook dat jongeren weer iets religieuzer worden. Hebben de lezers van OuderenWijzer straks allemaal gelovige kleinkinderen? “Het zou helemaal niet gek zijn als de jongeren van vandaag zich revolutionair afzetten tegen de generaties ervoor. Zij hebben niet de booming economie, de betaalbare huizen, de hypotheekrenteaftrek en de (pre)pensioenen die hun ouders en grootouders hadden. Dat doet iets met ze. Ze gaan de dingen anders doen dan wij. Soms hoort daar een religieuze zoektocht bij, hier en daar gekoppeld aan een strikte vorm van geloven of aan een rechts-conservatieve agenda. Het kan best spanningen geven tussen generaties. Dat hangt ook af van de instelling van de ouders en grootouders: hebben die zelf nog iets met het geloof of hebben ze daar radicaal afscheid van genomen? Maar er liggen dus ook kansen voor leuke en verbindende gesprekken.”

Zoals tijdens een familiebijeenkomst met Pasen. Wat is de relevantie van dat feest eigenlijk nog? “Pasen gaat over een compleet nieuw begin, de opstanding van Jezus uit de dood. Dat kan natuurlijk helemaal niet, dode mensen staan niet op. Maar wat als het nu wel is gebeurd? Díé gedachte gaat over de hoop die verder gaat dan de ondergang en doemdenken. Voor mij gaat Pasen over vernieuwing en hoop. En als we íets nu nodig hebben, dan is dat het wel. Die termen gebruik ik ook vaak als theoloog. Toch denk ik dan soms: ja, daar kom ik weer aan met mijn hoop en opstanding, maar intussen lijkt de wereld elk jaar wel een stukje lelijker te worden.

Arnold Zingeving - ANBO-PCOB

“In het paasverhaal heb je eerst de kruisiging en dan de opstanding. Dood en leven. Ik besef hoe langer hoe meer dat je die twee bij elkaar moet houden. Hoe meer je het duister ziet, hoe sterker je behoefte aan het licht. Die contrastwerking. In het paasverhaal zie je Jezus’ weg naar het kruis, de dood in, de ultieme eenzaamheid waarin hij crepeerde. Maar zelfs na de opstanding vertelt de Bijbel dat de eerste getuigen helemaal niet blij zijn om Jezus weer levend te zien. Ze zijn in shock en zelfs bang. Het kost tijd om de enorme hoop van Pasen te verwerken. Daarom moeten we dit feest ook ieder jaar vieren, als een soort oefening. En als het me denkend en pratend niet lukt om het te geloven, helpt het soms om erover te zingen. Liederen tillen je boven jezelf uit.

Gerelateerde artikelen