23 januari 2026
Mooie berichten uit Den Haag: de pensioenen van ouderen gaan dit jaar gemiddeld zo’n 14 procent omhoog. Maar dat zegt voor u helemaal niets: het kan zijn dat u bij ABP 2,84 procent verhoging krijgt en bij bpf Bouw rond de 25 procent.
Belangrijkste oorzaak voor de enorme verschillen is het tijdstip waarop uw pensioenfonds overgaat. Op 1 januari is circa de helft van de deelnemers in pensioenfondsen ingevaren in het nieuwe pensioenstelsel. Daar zitten drie van de vijf grootste pensioenfondsen bij: Zorg en Welzijn (PFZW), Bouw en PMT.
Ongeveer de andere helft van de deelnemers gaat op 1 januari 2027 over. Daar zitten ABP en PME bij. Op 1 januari 2028 volgen overigens nog enkele kleinere fondsen.
Bij het invaren worden de reserves toebedeeld over de actieve deelnemers (werknemers), slapers (aanspraken van mensen die het pensioenfonds hebben verlaten) en gepensioneerden. De dekkingsgraden zijn afgelopen jaar flink opgelopen. Voor een deel door beleggingsresultaten, maar vooral door de flink opgelopen rente, waardoor de verplichtingen stevig zijn gedaald. Waar een jaar terug de dekkingsgraden van de grote fondsen (ex Bouw) onder de 110 lagen, zijn die in twaalf maanden tot dik over de 120 gestegen.
Tussen de invarende fondsen zit een flink onderscheid, ook door de verschillende manieren om de reserves toe te delen. Bij Bouw en Schilder ligt de zogeheten ‘invaarbonus’ rond de 25 procent of misschien zelfs meer, waar het grote PFZW tussen de 8 en 10 procent blijft steken. Hoeveel u als deelnemer in deze fondsen erbij krijgt, wordt in april of mei duidelijk. Dan zijn de definitieve cijfers beschikbaar. De verhoging wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari uitgekeerd. Het is goed te weten dat het weliswaar een eenmalige, maar wel een structurele verhoging betekent.
Tegelijkertijd moeten er bij de stijging een paar relativerende kanttekeningen worden gemaakt. De inflatie bedroeg in 2025 3,5 procent. Verder rekenen pensioenfondsen vaak de inflatie van september tot september. Dan moet je dus over 15 maanden rekenen en kom je iets boven de vier procent uit. De verbetering van de koopkracht is dan bij PFZW 8 minus 4 procent = 4 procent. Bij PFZW hadden gepensioneerden boven de 80 jaar een indexatie-achterstand van 32 procent. Ter vergelijking: bij Bouw was die achterstand circa 16 procent. Kortom, de metselaars en timmerlieden gaan er met hun invaarbonus serieus in koopkracht op vooruit.
Ook goed is het op te merken dat na het invaren de stijging (en daling) van pensioenen meestal wordt gespreid over drie jaar. Stel dat bij goede beleggingsresultaten uw pensioen met drie procent omhoog kan, dan krijgt u het eerste jaar daar één procent van. Daardoor zal de stijging in het eerste jaar normaliter de inflatie niet bijhouden. Op termijn verdwijnt dat effect overigens.
Bij de fondsen die in 2027 invaren kunnen de pensioenen iets omhoog. Bij ABP precies genoeg om de inflatie over september 2024-2025 goed te maken. Hoe hoog bij hen de invaarbonus gaar bedragen is in deze onzekere wereld niet te voorspellen. De dekkingsgraad van ABP was in november 122 procent.
Direct naar
Lidmaatschap
Ledenservice
Advieslijn
Ons laatste nieuws en voordeel in uw mailbox?
Aanmelden