René begon zijn muzikale reis met de basgitaar. Zijn huis stond vol gitaren, maar op een dag voelde hij dat het tijd was voor iets anders. ‘Ik verkocht alles en ging werken aan een oude droom: de doedelzak leren bespelen.’ Die droom ontstond al toen hij tien was, tijdens de intocht van de Vierdaagse in Nijmegen. ‘Ik hoorde de doedelzakken en wist: dat wil ik ook.’
Het pad naar doedelzakspeler bleek lang en intensief. ‘Je begint op een soort blokfluit, twee jaar lang. Daarna leer je het instrument zelf bespelen. Het vraagt om kracht, techniek en veel toewijding. Alleen al het behouden van een constante luchtdruk is een kunst op zich. En dan moet je er ook nog bij leren lopen, in de maat.’ Maar René hield vol. Inmiddels speelt hij dagelijks drie uur en schrijft hij zelfs muziekarrangementen voor de doedelzak. ‘Zoals voor La Marseillaise. Muziek maken is mijn passie. Het ontroert me nog steeds, zeker als ik solo speel tijdens herdenkingen.’






